Luchtig vanbinnen, krokant vanbuiten, zo horen échte Brusselse wafels te zijn. Dit recept zorgt voor een heerlijk licht beslag dankzij opgeklopt eiwit en spuitwater, waardoor je wafels mooi rijzen en een perfecte structuur krijgen. Ideaal voor een gezellig ontbijt, brunch of als zoete traktatie in de namiddag.

Ingrediënten
4 eieren (eiwitten en dooiers gescheiden)
200 g volle melk (halfvolle kan ook)
21 g verse gist
125 g boter
200 g spuitwater
250 g witte tarwebloem
1 pakje bakpoeder
snuifje zout
Recept
Stap 1
Splits de eieren en zet de eiwitten even opzij.
Stap 2
Doe de melk, de verse gist en de boter in de mengbeker.Verwarm 4 min / 37°C / snelheid 2.
Stap 3
Voeg het spuitwater, de bloem en het bakpoeder toe.Meng 30 sec / snelheid 4.
Stap 4
Voeg de dooiers toe en meng opnieuw:30 sec / snelheid 4.
Stap 5
Giet het beslag over in een grote kom en spoel de mengbeker uit.
Stap 6
Plaats de vlinder. Doe de eiwitten en een snuifje zout in de propere mengbeker.Klop op: 3 min / snelheid 4 (zonder maatbeker).
Stap 7
Spatel voorzichtig het opgeklopte eiwit onder het deeg met een pannenlikker.
Stap 8
Dek af met een vochtige handdoek en laat minstens 30 minuten rijzen op een warme plaats.
Stap 9
Verwarm je wafelijzer en vet lichtjes in.Schep een portie deeg in het ijzer en sluit.Bak 2 tot 3 minuten tot ze mooi goudbruin en krokant zijn.
TIPS:
Eet de wafels meteen terwijl ze nog warm en krokant zijn.
Je kan ook zelfrijzende bloem gebruiken in plaats van gewone bloem en bakpoeder.
